Bijstelling Paraat! jaartaken
| Jaartaken: | taken voor de leden en organen van de revolutionair socialistische partij in 2026 |
|---|---|
| Indiener: | Tijs Hardam, Aldin Gutic, Sanny Bostelaar, Ties van den Bogaard |
| Status: | Screened |
| Ingediend: | 01-03-2026, 23:48 |
| Jaartaken: | taken voor de leden en organen van de revolutionair socialistische partij in 2026 |
|---|---|
| Indiener: | Tijs Hardam, Aldin Gutic, Sanny Bostelaar, Ties van den Bogaard |
| Status: | Screened |
| Ingediend: | 01-03-2026, 23:48 |
Bijstelling Paraat! jaartaken
De redactie splitst op zijn minst in een blad- en siteredactie onder leiding van de hoofdredactie en kan waar nodig zich verder splitsen.
De siteredactie probeert relevante artikelen vanuit Licht & Luft, Horizon, Cosmonaut, Prometheus, Weekly Worker, Partisan en andere gerelateerde bladen of sites te vertalen. Hierbij moet het partijbestuur akkoord gaan.
De hoofdredactie verbindt het redactiewerk dit jaar sterker met de prioriteiten van de partij, onder andere door te kijken of ze pamfletten- of bulletins kunnen verzorgen en meer te focussen op onderwerpen waar de partij haar prioriteiten legt, zoals vakbondsnieuws en militarisering.
De hoofdredactie houdt overzicht over de redactie en behandelt inzendingen die ze waar nodig doorzet naar de blad- of siteredactie.
De hoofdredactie gaat aan de slag met het ontwikkelen van merchandise rondom Paraat.
De siteredactie gaat aan de slag met het verslagen over gebeurtenissen en het duiden van nieuws
De hoofdredactie onderzoekt de mogelijkheid van een podcast.
De bladredactie gaat door met het viermaal per jaar publiceren van Paraat.
De bladredactie ontwikkelt materiaal voor abonnees op Paraat, zoals pamfletten, stickers of posters. Deze worden meegestuurd met de verzending.
De afdelingen gaan het tijdschrift van Paraat meenemen naar evenementen om mensen er bekend mee te maken. Waar mogelijk en wenselijk verkopen zij deze ook. , Mocht de redactie pamfletten of bulletins ontwikkelen, verspreiden de afdelingen deze waar mogelijk.
De afdelingen proberen geregeld artikelen of verslagen te schrijven over acties of bewegingen in hun buurt, waarbij ze Paraat gebruiken om ervaringen met anderen uit te wisselen en contact te krijgen met arbeiders.
Inhoudsopgave
Inhoudsopgave 2
Jaartaken RSP 3
Stand van zaken 3
Democratische structuren 5
Sociale bewegingen en netwerken 7
Interne communicatie 8
Afdelingen 9
Cultuur en sociale veiligheid 11
Antimilitarismecampagne 13
Internationaal 14
Scholing 15
Media 17
Financiën 20
De vakbeweging 21
Slotwoord 22
De afgelopen tijd treden de RSP en haar leden steeds meer naar buiten. De media
toont interesse, lokale afdelingen oriënteren zich op verkiezingen en de partij
begint een herkenbare politieke lijn te hanteren. Het kleine plekje dat de RSP
heeft ingenomen in dit landschap, brengt nu bepaalde associaties teweeg.
Hierdoor beginnen de verwachtingen hoog op te lopen voor een principieel,
democratisch en doortastende partij op links. Deze demonstratie van ‘RSP-
politiek’ is duidelijk te merken op het gebied van antimilitarisme, de
studentenstrijd en het feminisme. 'Nederland uit de NAVO' is aangeslagen als
politieke eis, de onderwijsbezuinigingen worden gekoppeld aan de militarisering
en 8 maart wordt aangevlogen als de dag voor de vrouwenstrijd. Te midden van de
extreem-rechtse politiek die Nederland nu karakteriseert, lijkt dit een
lichtpuntje te zijn in donkere tijden.
Het is belangrijk dat we helder hebben waar we onze tijd aan gaan besteden. Zo
kunnen we de verwachtingen realiseren waar men nu nog ongeduldig op aan het
wachten is. Deze jaartaken zullen daarom uiteen zetten welke taken de organen en
leden van de RSP gaan uitvoeren. Zo wordt er een overzicht gecreëerd van de
werkzaamheden waar de organisatie zich aan zal committeren. Het is de bedoeling
dat een jaarplan in deze vorm het idee van ‘partijopbouw’ als collectieve taak
neerzet en duidelijk maakt waar alle kaderleden en het bestuur mee aan de slag
moeten.
Voor het komende jaar zal de partij duidelijke prioriteiten moeten stellen. Door
beperkte capaciteit en financiële middelen kan de RSP niet lukraak alles 'doen'
wat ze wil. Het is cruciaal vast te stellen wat de hoofdtaken zullen worden van
alle leden. De RSP zal het komende jaar de focus leggen op haar werking in de
vakbond en op het thema antimilitarisme, in de vorm van een landelijke campagne.
Alle leden, afdelingen en organen dienen zich in eerste instantie in te zetten
voor deze twee thema’s en de taken die hierbij komen kijken. Afdelingen die
groot genoeg zijn en ver genoeg zijn ontwikkeld om dit te doen, kunnen hun
capaciteit daarna ook besteden aan andere politieke thema’s. Echter blijven de
vakbond en antimilitarisme constant de hoofdtaken.
Sinds het afgelopen congres in mei heeft de partij de naam Revolutionaiar
Socialistische Partij aangenomen en daarmee de ambitie uitgesproken om een
revolutionaire arbeiderspartij te worden. Deze nieuwe naam is symbool gaan staan
voor de beoogde rol van de organisatie in het Nederlandse politieke landschap:
het bouwen van een communistische partij die duidelijke plekken en werkzaamheden
biedt voor revolutionairen. De Nederlandse werkende klasse is zich op dit moment
niet bewust van de mogelijkheid van zo’n alternatieve machtsbasis. De RSP zet
zichzelf daarom in de traditie van marxistische partijvorming en herinnert zich
de lessen van de afgelopen jaren. Toegepast op het hier en nu betekent dat voor
de RSP dat ze het dagelijkse leven probeert te politiseren en de werkende klasse
probeert te inspireren door een overtuigend partijproject op te bouwen, dat in
raad en daad het kapitalisme bekritiseert en bevraagt.
Dit is een grote ambitie, maar na de ontwikkelingen van de afgelopen jaren lijkt
de RSP de eerste stappen te kunnen nemen om een massapartij van de werkende
klasse te worden. De naamsverandering was de eerste stap naar het toekennen van
deze rol aan de RSP. De formule hierbij was een combinatie van de bestaande
infrastructuur van De Socialisten, een voordelige doorstroom van oudere ROOD-
leden en een duidelijkere visie voor verdere partijopbouw. Deze ontwikkeling
heeft zich de afgelopen tijd langzaam ingezet, waardoor de verwachtingen ook
weer hoger opliepen. De analyse op partijopbouw is daarbij nog lang niet af en
zal het komende jaar verder moeten worden uitgediept. Tot die tijd is er een
kleine basis van een ervaren kern en een uitgebreid netwerk door het hele land
die hiermee aan de slag kunnen.
De partij wordt momenteel gedragen door een groep organische kaderleden en is
erg zoekende in haar werkzaamheden. Intern zijn deze plannen gebaseerd op het
enthousiasme en de kennis van de leden, maar dat betekent ook enigszins een
gebrek aan eenheid. Er is namelijk weinig samenhang tussen landelijke plannen en
de directe werkzaamheden van de leden. Het bestuur is nu verantwoordelijk om
deze plannen samen te laten komen in een logisch geheel. Het verzorgt de
communicatie onderling, is verantwoordelijk voor de huidige politieke koers en
moet ook nadenken over de toekomstige plannen. Het takenpakket van het bestuur
is daarom erg groot en er zijn weinig organen om het bestuur te ondersteunen.
Tegelijkertijd worden congresstukken vaak nog los geïnterpreteerd en baseren de
werkzaamheden van de organisatie zich nog niet genoeg op gezamenlijke besluiten.
. Desondanks is er een start gemaakt om deze problemen in de bredere organisatie
te delen en te bespreken.
Het afgelopen jaar werd gekenmerkt door het bouwen van een landelijke basis met
een betrokken discussiecultuur. De kaderdagen en uitgebreide
bestuursvergaderingen werden goed bezocht en voorbereid door de kaderleden. Deze
plekken zijn de belangrijkste momenten geweest voor contact onderling en boden
ook veel inzichten voor het bestuur, dat voorheen vaak enigszins geïsoleerd
heeft gefunctioneerd. Het Intern Bulletin werd de plek voor reguliere updates
vanuit afdelingen omtrent hun verkiezingstrajecten, kritische stukken vanuit
kaderleden en verklaringen vanuit het bestuur. Deze discussies en verklaringen
werden eerst ontvangen als ernstige kritiek door kaderleden, maar gaven wel aan
dat het landelijke element van de organisatie weer terugkwam. De opbouw van de
organisatie verliep ook gestaag, waardoor er nu 11 afdelingen zijn en 4 met een
volledig afdelingsbestuur. Organisch is er ook een tendens ontstaan voor het
schrijven van jaarplannen bij afdelingen, iets wat het landelijke bestuur
toejuicht als goede eerste basis.
Het grootste obstakel van het huidige bestuur was het voortbouwen op de
bestaande projecten. Vele projecten hadden zich gebrand aan ideologische keuzes,
zoals verkiezingsdeelname, zonder grondige discussie op landelijk niveau. De
voorwaardes, de werkwijze en de verwachtingen naar de organisatie waren hierdoor
enigszins onduidelijk. Het was namelijk ook niet mogelijk om deze discussies
achteraf nog te gaan faciliteren. Door deze duik in parlementaire projecten in
de afdelingen Nijmegen en Amsterdam werden andere projecten zoals statuten, het
professionaliseren van de website en de sociale media wel eindelijk afgerond, al
dan niet hectisch en stressvol. Een verband tussen parlementaire projecten en
partijopbouw is hierbij te merken, maar zal nog verder ontwikkeld moeten worden
om zichzelf te rechtvaardigen.
Het belangrijkste doel van de RSP blijft partijopbouw. Met een grotere, sterkere
partij kan het vooruitstrevende gedeelte van de arbeidersklasse steeds beter
verenigen en kan zij het klassenbewustzijn onder de arbeidersklasse steeds
verder vergroten. De onderstaande punten hebben als doel direct bij te dragen
bij de opbouw van onze partij, zowel op kwantitatieve als op kwalitatieve wijze.
De democratische structuren van de RSP zijn belangrijk voor de totstandkoming
van de standpunten van de RSP en de versterking van haar gezamenlijke actie.
Congres
Het congres is het hoogste orgaan van onze organisatie en dé plaats voor
centrale, democratische besluiten. Om onze middelen gefocust en duidelijk in te
zetten, is het belangrijk dat we ons congres steeds beter gaan voorbereiden en
afdelingen duidelijker input leveren voor het congres. Deze gezamenlijke
voorbereiding kan organisch leiden tot grotere bekendheid van onze plannen bij
de afdelingen, wat weer tot meer eendrachtige uitvoering kan leiden. Dit vraagt
echter ook veel van de afdelingen: zij moeten niet alleen de congressen
voorbereiden maar zich ook toeleggen op de uitvoering van gezamenlijke
besluiten.
Het partijbestuur gaat congressen uitgebreid voorbereiden en -bespreken
door belangrijke stukken zoals de jaartaken ruim van tevoren op te sturen
en te bespreken op kaderdagen, uitgebreide bestuursvergaderingen en de
partijraad.
Afdelingen bespreken congresstukken op hun vergaderingen.
Het secretariaat gaat de logistieke organisatie van het congres zo veel
mogelijk overnemen. Daaronder vallen het regelen van een locatie, het
bundelen en opsturen van congresstukken en het organiseren van een
presidium.
Partijraad
De partijraad is een democratisch orgaan dat in de statuten van onze organisatie
beschreven staat. Via de partijraad kunnen we onze partijdemocratie versterken,
waardoor we onze congressen en gezamenlijke besluiten beter kunnen voorbereiden
en uitvoeren.
Het partijbestuur activeert binnen 6 maanden na het congres de partijraad,
die haar statutaire plaats binnen de organisatie inneemt.
De partijraad komt 4 maal per verenigingsjaar samen.
De afdelingen organiseren afgevaardigdenverkiezingen in aanloop naar elke
bijeenkomst van de partijraad. De vorm hiervan wordt per reglement
vastgelegd.
Bestuur
De werkzaamheden van het bestuur vereisen op dit moment hoge inzet van de
bestuursleden. Soms vergt dit zelfs te veel. Zij is verantwoordelijk voor een
directe communicatie met afdelingen en tussen afdelingen, het aansturen van
werkgroepen en campagnes, het organiseren van kaderdagen, uitgebreide
bestuursvergaderingen en het congres, het onderhouden van internationale
communicatie en contact, het faciliteren van projecten van kaderleden,
afdelingsbegeleiding en het op orde houden van vertrouwenszaken d.m.v onderzoek
en wederhoor. Allemaal zaken die erg belangrijk zijn, maar geen logische plek
behoeven bij de werkzaamheden van een algemeen bestuur.
Het bestuur is verkozen om de ideologische koers te waarborgen, maar dat hoeft
niet te gebeuren door ook nog alles zelf uit te voeren. De huidige
organisatiestructuren moeten nader bekeken worden om dit patroon te doorbreken.
Idealiter wordt een algemeen bestuur samengesteld uit 9 a 12 bestuursleden en
komen zij samen op frequente tijdstippen om sturing te geven aan de organisatie.
Uit hun midden kan er dan worden gekozen voor een dagelijks bestuur, dat zich
kan committeren aan een dagelijkse beschikbaarheid en coördinatie. Zo worden de
verwachtingen van bestuursleden verduidelijkt en kunnen zij letten op de
arbeidsverdeling en werkdruk.
Het partijbestuur oriënteert zich op de mogelijkheid om een dagelijks
bestuur te kiezen uit hun midden, afhankelijk van het aantal
bestuursleden.
Het partijbestuur stelt aan het begin van hun bestuursjaar een
kandidatencommissie aan.
De kandidatencommissie gaat tijdig op zoek naar kandidaten voor het
bestuur van 2027. Zij faciliteert vervolgens gesprekken met de
geïnteresseerden en rapporteert over haar bevindingen. De
kandidatencommissie richt zich primair op de praktische vaardigheden van
de kandidaten, niet zozeer op hun ideologische standpunten.
Het partijbestuur stelt aan het begin van de bestuursperiode een
jaarplanning op waarin de datums en locaties van kaderdagen en uitgebreide
bestuursvergaderingen zijn vastgelegd. Op die manier kunnen afdelingen
deze evenementen goed voorbereiden.
Om verdere werkzaamheden buiten het bestuur te plaatsen is vorig jaar al een
start gemaakt met het opzetten van een secretariaat. Deze kan het komende jaar
nog worden uitgebreid, zowel in haar werkzaamheden als in de actieve leden.
Het partijbestuur zet het secretariaat door en het secretariaat werkt
eventuele nieuwe leden van het secretariaat in.
Het secretariaat gaat locaties regelen voor de partijraad, kaderdag en
andere landelijke evenementen voor bijvoorbeeld campagnes.
Het secretariaat gaat de Google Workspaces van de partij beheren.
Het secretariaat gaat onderzoeken of het mogelijk is om een centraal
telefoonnummer op te zetten als extern contactpunt.
Het secretariaat gaat reserveringen van partijpanden voor bijeenkomsten
van buiten de afdeling op zich nemen.
Netwerken zijn al lang onderdeel van organisatie maar blijken moeilijk van de
grond te komen. Onderdeel van het probleem is dat netwerken nu de facto
ingericht zijn als permanente organen gericht op specifieke thema’s die we als
organisatie belangrijk vinden. Op een deel van die thema’s bestaat echter geen
actieve beweging. De functie van netwerken zou moeten zijn dat ze leden die
lokaal actief zijn in een bepaalde beweging een platform hebben om ervaringen
met elkaar te delen en lessen te trekken uit de interventies die andere
afdelingen uitvoeren. Eventueel kunnen netwerken ook dienen om landelijke
strategieën te coördineren voor interventies.
In de vorige perspectieventekst had de partij zichzelf het doel gesteld
sturingscommissies voor netwerken te maken. Dit is niet gelukt, deels door de
hoge werkdruk van het bestuur en deels doordat veel netwerken niet actief zijn.
Met betrekking tot netwerken geeft dat ons de volgende taken:
Het partijbestuur schrapt inactieve netwerken. Op dit moment zijn dit
netwerk klimaat en netwerk wonen.
Het partijbestuur ondersteunt leden in het opzetten van ledeninitiatieven
wanneer verschillende afdelingen actief zijn in dezelfde beweging en er
behoefte is aan verbinding maar dit onderwerp geen landelijke prioriteit
heeft. Deze ondersteuning bestaat enkel uit het bekendmaken van dit
ledeninitiatief en het faciliteren van een app-groep binnen de RSP-
community.
Het partijbestuur zet sturingscommissies op voor actieve netwerken waar
behoefte is aan landelijke coördinatie, te beginnen bij het netwerk
vakbeweging. Sturingscommissies organiseren vergaderingen met het netwerk
en coördineren landelijke strategie.
Het afgelopen jaar heeft het secretariaat een groot gedeelte van de interne
communicatie opgepakt. Zij heeft het intern bulletin en de ledenadministratie
onder haar hoede genomen, waardoor de last op het bestuur verminderd werd.
Wat betreft het Intern Bulletin heeft het partijbestuur vaak doorgekregen dat
het vervreemdend werkt op mensen die net binnenkomen. Als net nieuw of inactief
lid krijg je al onze interne debatten mee, die soms hoog op kunnen lopen. Zeker
wanneer er geen nieuwsbrief is heeft dit een vervreemdende werking. Ook is het
voor (bestuurs)leden vaak ongemakkelijk om iets in het Intern Bulletin te
zetten, wetende dat het ook terechtkomt bij leden die verder niet actief
bijdragen en die niet op de hoogte zijn van de ontwikkelingen binnen de partij.
Op basis daarvan gaan we wat betreft interne communicatie volgend jaar aan de
slag met de volgende taken:
Het secretariaatgaat aan de slag met een maandelijkse nieuwsbrief. Deze
wordt maandelijks verstuurd en bevat updates, statements en een agenda.
Afdelingsbesturen houden leden op de hoogte van aankomende evenementen.
Afdelingsbesturen laten leden slechts toe nadat een lid van het
afdelingsbestuur hen telefonisch of in persoon heeft gesproken en daarbij
een aantal nader te bepalen onderwerpen heeft besproken.
Afdelingsbesturen geven aan het secretariaat door wanneer ze geen contact
krijgen met een nieuw lid. Het secretariaatzet dit lid om in steunlid.
Het partijbestuur stelt binnen twee maanden na het congres een document op
met de voor toelating te bespreken onderwerpen met nieuwe leden. Hierin
komen ten minste de rol van het programma bij het politieke werk, de
rechten en plichten van een lid, democratisch centralisme en het intern
bulletin terug.
Het partijbestuur ontwikkelt een handleiding voor afdelingen die zij
kunnen gebruiken om leden goed te integreren binnen de lokale afdeling.
Het secretariaat houdt toezicht op de toegang van lokale besturen tot het
ledensysteem en verschaft lokale afdelingsbesturen toegang tot het
ledensysteem en het lokale e-mailadres.
Het secretariaat gaat rsp-mailadressen aan leden verschaffen, wanneer die
ze nodig hebben of daar om vragen.
Het secretariaat verstuurt een nieuwe ledenbrief. Dat is een fysieke brief
die nieuwe leden welkom heet in de vereniging.
De afdelingen zijn het belangrijkste gedeelte van de partij. Zij zijn belast met
het integreren van nieuwe leden en het uitvoeren van de besluiten. Zij zijn niet
alleen de oren en ogen van de partij, ze zijn ook de armen en de benen.
De afdelingen zijn het afgelopen jaar gegroeid en een aantal afdelingen zijn
opgericht of geactiveerd. Dit moet voortgezet worden.
Daarbij is het essentieel dat integratie dit jaar sterker opgepakt wordt. Het
was te vaak het geval dat aanmeldingen weken tot maanden bleven staan. Dat kan
niet meer gebeuren. Ook moeten leden beter op de hoogte gehouden worden van
interne activiteiten. Veel afdelingen gebruiken hiervoor slechts een
WhatsAppgroep, maar die wordt niet altijd gelezen. Het gebruiken van maillijsten
is essentieel voor het bereiken van inactieve leden.
Om afdelingen beter op te bouwen en de integratie tussen landelijk en lokaal
beter te regelen, moet harder ingezet worden op afdelingsbegeleiding. In het
verleden is gebleken dat dit een lastige taak is voor het bestuur en het vaak op
een tweede plaats komt. Daarom richten we een begeleidingswerkgroep op, die
belast is met het begeleiden van afdelingen, waarbij ze organisatorisch advies
geven en de afdelingen herinneren aan de taken zoals aangenomen op het congres.
De afdelingen stellen tevens een jaarplan op, op basis van de jaartaken, waarin
zij uiteen zetten hoe zij de jaartaken gaan implementeren op lokaal niveau.
Dit brengt ons tot de volgende taken:
Afdelingen gebruiken dit jaar maillijsten voor het op de hoogte houden van
(niet-actieve)leden en het betrekken van hen bij scholingen en
activiteiten.
Afdelingen rouleren belangrijke, niet-verkozen taken zo veel mogelijk
tussen leden, waarbij een ervaren lid en een onervaren lid zo veel
mogelijk samenwerken.
Afdelingsbesturen nemen binnen twee weken contact op met nieuwe leden. Zij
nodigen hen uit voor een vergadering of evenement en een lid houdt van
tevoren een gesprek met het nieuwe lid over RSP.
Afdelingen stellen in 2026 een jaarplan op waarin ze uitwerken hoe ze de
verschillende taken die ze zijn gegeven in het landelijke jaarplan gaan
behalen. Ook verwerken ze andere, lokale doelstellingen in het plan.
Alle bestaande afdelingen werken in 2026 toe naar een volledig
afdelingsbestuur bestaande uit op zijn minst drie leden.
Het partijbestuur oriënteert zich op het opzetten van een werkgroep
afdelingsbegeleiding buiten het bestuur. Ervaren kaderleden worden
aangesteld en ingewerkt als afdelingsbegeleiders. Deze worden voornamelijk
ingezet bij nieuwe afdelingen of afdelingen die anderzijds ondersteuning
nodig hebben.
De afdelingsbegeleiders ondersteunen de afdelingen. Zij houden regelmatig
contact door de afdelingsbesturen te bellen en fysiek langs te gaan. Zij
rapporteren terug aan het partijbestuur met vragen en relevante updates.
Het partijbestuur en de op te richten werkgroep afdelingsbegeleiding gaan
onderzoeken hoe afdelingen boven de twintig actieve leden kunnen groeien.
Daarbij kijken zij naar eerdere experimenten en partijen, waarbij
bijvoorbeeld basisafdelingen en werkgroepen gebruikt werden. Zij kijken
hier ook naar de doelen en acties die afdelingen op basis van hun actieve
ledenaantal het beste kunnen uitvoeren.
Het partijbestuur houdt zicht op de naleving van de beslissingen van het
congres en partijraad door de afdelingen.
Het partijbestuur en de mogelijke werkgroep afdelingsbegeleiding
oriënteren zich in 2026 op het oprichten van een RSP-afdeling op elke
plaats waar een ROOD-groep actief is. Zij doen dit in samenwerking met het
ROOD-bestuur.
Binnen de RSP wordt een sociaal veilige cultuur nagestreefd, waarbij ieder
ongeacht hun identiteit respecteert wordt. Het faciliteren van een dergelijke
omgeving is een taak van alle kaderleden en we dragen collectieve
verantwoordelijkheid om deze cultuur te bewaren. Daarmee gedragen wij ons naar
onze socialistische principes en hanteren we een nultolerantie voor
seksistische, homofobische of racistische gedragingen. Als het toch zo is dat er
situaties ontstaan waarbij leden zich onprettig bij voelen, moet de organisatie
de juiste infrastructuur hebben om ze op te vangen. De gedragscode is
bijvoorbeeld al een veelgebruikt handvat en de vertrouwenspersonen zijn
toegankelijk voor elk lid om hun verhaal te doen. Hiermee heeft de organisatie
al het een en ander qua infrastructuur, maar deze zal zich nog verder kunnen
ontwikkelen.
Afdelingen informeren nieuwe leden structureel over de contactinformatie
van de landelijke vertrouwenspersonen. Dit is onder andere te vinden in
het IB.
Het partijbestuur gaat op korte termijn op zoek naar voldoende
vertrouwenspersonen en streeft naar een minimum van 2, ieder toegankelijk
voor alle leden van de organisatie (denk aan het vinden van iemand waar
mensen openlijk mee durven te praten).
Vertrouwenspersonen hanteren het vertrouwenspersonenprotocol.
Het partijbestuur oriënteert zich op het verkrijgen van een externe
vertrouwenspersoon.
De huidige infrastructuur bestaat voornamelijk om in te springen wanneer het
echt nodig is. Deze is voldoende voor de functie 'opvangen van leden' maar is
nog gebrekkig voor het algemene vraagstuk van de sociale cultuur. Door middel
van het instellen van een commissie die zich bezighoudt met deze vraagstukken,
kan een formeel orgaan deze taak op zich nemen. Mede doordat veel van deze
verantwoordelijkheid nu direct bij het bestuur ligt, hebben die soms niet genoeg
tijd om adequaat te reageren op vertrouwenszaken. Om in de toekomst een
zekerheid te bieden voor leden dat ze zich in een sociale veilige omgeving
bevinden, kan er met een commissie proactief worden opgetreden door de
organisatie. Deze commissie zal zich dan bezighouden met het verwerken van
vertrouwenszaken, waarna zij vervolgens een advies geeft aan het bestuur. Op
lange termijn kunnen werkzaamheden van deze commissie zich focussen op het
faciliteren van cultuurdialoogsessies of andere overkoepelende ideeën voor de
cultuur. De leden van de commissie kunnen bestaan uit de vertrouwenspersonen en
anderen die zich op de rest van de taken focussen.
Concreet stellen we nu de volgende werkzaamheden voor om hier een start mee te
maken;
Het partijbestuur oriënteert zich op het aanstellen van een sociale
veiligheidscommissie en dient volgend congres een wijzigingsvoorstel in
aan de statuten of HR om deze door de partijraad aan te laten stellen.
De sociale veiligheidscommissieonderzoekt klachten door middel van het
opstellen van een feitenrelaas. Dit wordt gedaan door hoor en wederhoor
van de zaak.
De sociale veiligheidscommissie toetst de gedragingen in het feitenrelaas
aan de gedragscode. Daarbij verwijst zij naar de gedragscode en merkt zij
de overtredingen aan voor het partijbestuur.
De sociale veiligheidscommissie geeft advies aan het bestuur over het
soort actie dat nodig is op basis van het onderzoek.
Het partijbestuur gaat in samenwerking met de sociale veiligheidscommissie
aan de slag met een langetermijnstrategie voor het waarborgen van de
sociale veiligheid. Dit kan door middel van het uitvoeren van de
cultuurdialoogsessies, zoals georganiseerd bij ROOD, of op een andere
manier.
In plaats van het faciliteren van vertrouwenspersonen en een gedragscode, kan er
een algemene strategie komen voor sociale veiligheid. Hierbij is het niet de
bedoeling dat er dagelijks wordt gereageerd op gedrag, maar wordt sociale
veiligheid gezien als onderdeel van een gezonde en functionerende politieke
organisatie. Dit kan op lange termijn ook doorwerken in de hoeveelheid
vertrouwenszaken die worden behandeld. Daarbij is het ook de bedoeling dat de
mensen in deze commissie goed worden ingewerkt en opgeleid in de werkzaamheden.
Communicatie tussen de commissie en het bestuur zal ook vaak en duidelijk moeten
zijn. Dit zal algemeen een goede start zijn naar een politieke partij die in
daden en ideeën haar socialistische waarden uitstraalt.
In de nasleep van de anti-NAVO campagne werd er opgeworpen dat antimilitarisme
een structureel onderdeel moet worden van de RSP. De komende tijd zal er daarom
een campagne worden uitgevoerd die zich verzet tegen de grootschalige
militarisering van Nederland. Dit onderwerp verklaart namelijk hoe de economie
de komende tijd gaat worden ingericht en hoe daarvoor de economische en
politieke rechten van de werkende klasse moeten wijken voor oorlog. Ons
politieke werk zal daarom onlosmakelijk worden gekleurd door deze nieuwe koers
van de Nederlandse staat.
De militarisering vindt plaats op vele terreinen en zal daarom langzaamaan
onderdeel worden van het dagelijkse leven. Momenteel al te merken in de
wervingscampagnes voor het leger en het aanpassen van industrie voor defensie,
maar op termijn wellicht zichtbaar in een dienstplicht en het inperken van
stakingsrechten. Zo sijpelt de militarisering langzaam door alle lagen van de
samenleving. Antimilitaristisch werk zal zo de RSP in staat stellen om
verschillende aspecten van de arbeidersbeweging samen te brengen. Op het moment
dat de lange termijn gevolgen duidelijk worden voor werkende mensen in
Nederland, hebben wij de nodige infrastructuur al kunnen opbouwen om een
alternatief te bieden.
Het doel van de campagne is daarom om het antimilitaristische geluid te
versterken in Nederland, waarbij er tegelijkertijd aan partijopbouw gewerkt kan
worden. Omdat de RSP zich nog in de kinderschoenen bevindt zal er veel
praktische kennis worden opgedaan tijdens de campagne. Er zal aandacht worden
besteed aan het verkrijgen van praktische werkzaamheden voor kaderleden. Welke
zich kunnen ontwikkelen op het gebied van logistieke organisatie, communicatie,
actievoeren en vergaderen tijdens de campagne. Ook zal er gewerkt worden aan een
intern kennisvormingstraject over antimilitarisme, zodat kaderleden uit de
voeten kunnen met politieke retoriek over imperialisme, oorlog en de staat. Het
campagneplan heeft daarnaast de ambitie om verder onze standpunten te verfijnen
op het gebied van militarisering. Denk hierbij aan eventuele standpunten over de
dienstplicht en hoe we hiermee omgaan.
Het algeheel versterken van de antimilitaristische beweging sluit zich daarbij
aan. Door een gebrek aan bestaande infrastructuur en de versplintering van de
huidige antimilitarismebeweging, heeft zij geen daadwerkelijke slagkracht. Het
politieke niveau van de beweging is ook erg laag, waardoor men geen weerwoord
heeft op geopolitieke kwesties. Zij vervalt in pacifistische retoriek die nu,
meer dan ooit, wereldvreemd overkomt op werkende mensen die angst zijn ingezaaid
over Rusland. Ook de kennisgeving over de verschillende vormen van verzet tegen
militarisering zijn niet wijdverspreid. Al met al een noodzaak om deze beweging
te versterken.
De campagne zal plaatsvinden in de tijdsperiode 2026 tot en met de zomer 2027.
Het campagneplan zal daarbij komende februari worden afgerond, waarbij de
verwachte tijdlijn duidt op een officiële lanceringsdag van de campagne op 28/29
maart. Er is gekozen voor deze tijdlijn zodat het niet in conflict is met
verkiezingswerkzaamheden van de afdelingen, maar wel tijdig aan de slag gaat met
dit prangende onderwerp. Het campagneplan zal zelf worden besproken met het
bestuur, een introductie op kaderdag 11 januari krijgen en op de uitgebreide
bestuursvergadering van 15 februari een terugkoppelingsmoment bevatten voor
kaderleden. In de loop van februari 2026 zal het campagneteam worden
samengesteld. Met deze tijdlijn zal het mogelijk zijn om vanaf april 2026 vanuit
de afdelingen volledig aan de slag te gaan met antimilitaristisch werk.
De afgelopen jaren hebben leden van het partijbestuur en individuele leden op
verschillende wijzen relaties opgebouwd met organisaties in het buitenland.
Alhoewel er soms ook gesprekken waren tussen leden van het partijbestuur en
leden van partijen aan het buitenland, verliep dit nog weinig structureel.
Daarom stellen wij onszelf de ambitie om het werk omtrent internationale
contacten te versterken en structurele banden op te bouwen. Daarbij geven wij de
volgende organen de volgende taken:
Het partijbestuur gaat door met het opbouwen van internationale contacten
en richt zich daarbij op het aangaan van structurele banden.
Het partijbestuur onderzoekt de mogelijkheid voor het opzetten van een
internationaal secretariaat dat internationale banden onderhoudt en de
internationale communicatie grotendeels overneemt.
Het partijbestuur ontwikkelt een visie over welk soort banden de RSP met
welke soorten organisaties aangaat. Daarbij kijken zij naar zowel de vorm
van de organisaties als de ideologie van de organisaties. Dit document
wordt gedeeld met de organisatie in het intern bulletin.
Afgelopen jaar is de scholingswerkgroep aan de slag gegaan met het ontwikkelen
van de integratie- en basisscholingen. De integratiescholingen zijn twee
scholingen over het programma, de statuten, het HR en de gedragscode. De
basisscholingen maken de leden bekend met het historisch materialisme,
socialistische strategie, feminisme, discriminatie en imperialisme. De
basisscholingen worden gegeven in kleine groepen door een persoon die een
scholing-scholing heeft gevolgd, waarin de scholers leren over het geven van de
basisscholingen. De integratiescholingen worden zo ingestoken dat ieder actief
lid ze kan geven.
Het is tot op heden niet gelukt om een basisscholing racisme & discriminatie te
ontwikkelen. Deze is daarom voor zover mogelijk toegevoegd aan de scholing
feminisme, die daardoor feminisme & discriminatie heet. Het doel is om op
termijn deze scholingen te scheiden en een volwaardige scholing racisme &
discriminatie te ontwikkelen. Het doel van de partij is om de scholingen aan
alle actieve leden te geven. Op termijn word van alle leden verwacht de
basisscholingen te volgen. Daarmee worden leden bekender met een socialistische
analyse van de wereld en kunnen zij deze effectiever verspreiden. Tegelijkertijd
geeft het de leden van de partij gezamenlijke ideologische kennis, die zij niet
noodzakelijk hoeft te onderschrijven maar waarmee de debatten binnen de partij
op hoger niveau gevoerd kunnen worden.
De scholingswerkgroep heeft zich tot nu toe vooral beziggehouden met het
ontwikkelen van meer ideologische basisscholingen. Wat betreft de integrale
vorming van kaderleden zijn er nog geen duidelijke doelen gesteld. Daarom staat
het komende jaar niet enkel in het teken van het geven van de basisscholingen,
maar bereidt de scholingswerkgroep zich ook voor op het verder kijken dan de
basis en het ontwikkelen van de theoretische en organisatorische vaardigheden
van het kader.
Taken:
De scholingswerkgroep organiseert scholing-scholingsmomenten over de
basisscholingen waarbij zij leden leert de scholingen aan anderen te
geven.
De afdelingen zorgen ervoor dat er ten minste één actief lid meedoet aan
de scholing-scholingsmomenten. Dit lid heeft de taak leden binnen de
afdelingen op te leiden. Wanneer mogelijk stuurt een afdeling één lid per
zes actieve leden, zodat de taak om anderen op te leiden niet enkel op de
schouders van een enkel lid valt.
Actieve leden volgen de basisscholingen, zo mogelijk, in 2026. Eind 2026
is elk actief lid dat langer dan een jaar actief is ten minste begonnen
aan de basisscholingen.
De scholingswerkgroep gaat verder met de organisatie van de scholingen en
voegt in 2026 een basisscholing over racisme & discriminatie toe aan de
basisscholingen
De afdelingsbesturen houden bij wie in de afdeling de scholingen heeft
gekregen.
De scholingswerkgroep communiceert met de afdelingsbesturen over de
voortgang van het geven van de scholingen in de afdelingen.
De afdelingen zorgen ervoor dat elk actief lid de integratiescholingen
volgt en nieuwe actieve leden de integratiescholingen krijgen. Nieuwe
actieve leden volgen binnen een half jaar na actief worden de
integratiescholingen.
De scholingswerkgroep gaat aan de slag met tenminste twee organisatorische
en politiek-theoretische scholingen op basis van behoefte uit de
organisatie. Hierbij wordt gekeken naar de mogelijkheid om een
praktijkonderdeel aan de scholingen te verbinden en om de resultaten
daarvan in de scholing te bespreken en verwerken.
De scholingswerkgroep stelt het komende jaar een document op waarin zij
zich oriënteert op praktische vaardigheden die kaderleden nodig kunnen
hebben en welke vorm de scholingswerkgroep moet aannemen om die effectief
aan leden te leren.
De scholingswerkgroep draagt in het geval van overtollige capaciteit en
enthousiasme bij aan de antimilitarismecampagne door lezingen te
verzorgen.
Het partijbestuur gaat aan de slag met het opzetten van een handboek
waarin onze organisatie staat uitgelegd. Hierin staat onder andere
beschreven hoe onze structuren eruitzien en wat de rechten en plichten van
leden.
De RSP heeft op dit moment twee organen waarmee zij naar extern communiceert:
via sociale media, en via Paraat, haar partijorgaan.
Sociale media
Het afgelopen jaar is er een opzet geweest voor het vergroten van de rol van de
sociale media voor de partij. Deze opzet ziet de meerwaarde van het
professionaliseren van onze communicatie en het kunnen bereiken van een breder
online publiek. Zolang er geen mogelijkheid is om aan te sluiten bij de
conventionele talkshows en grote kranten, wat ook altijd de norm blijft, zijn we
aangewezen om alternatieve media op te bouwen. In andere landen zoals België en
Frankrijk vervullen alternatieve media een belangrijke functie voor het
uitdragen van revolutionaire standpunten. Ook in Nederland oriënteert radicaal
links zich langzaamaan op het nut van sociale media door te experimenteren. Deze
tendens willen we graag voortzetten, voornamelijk door te begrijpen welke vormen
van online content werken als men spreekt vanuit een partij.
De inhoud van de sociale media kan verschillende vormen aannemen; er wordt nu
voornamelijk aandacht besteed aan educatie en het reageren op politieke
ontwikkelingen. Om een breder publiek te bereiken en een inzicht te geven in de
politiek van de RSP, zal de sociale media haar strategie uitbreiden en meer
experimenteren. Daarom zal er het komende jaar onder andere gewerkt worden aan
verslaggeving, standaardisatie en long format content.
Door online verslaggeving kan de RSP de communicatie verbeteren binnen de
arbeidersbeweging en verduidelijken wat politiek actief zijn nu inhoudt. De
arbeidersbeweging is erg versplinterd en heeft weinig benul van het werk dat
achter de schermen plaatsvindt. Hierbij is de RSP vaak in het midden van de
strijd en kan meer aandacht geven aan deze verslaggeving. Tijdens stakingen,
demonstraties of andere activiteiten content maken zorgt voor een verbeelding
van wat de strijd inhoudt en verduidelijkt tegelijkertijd onze politiek. Denk
hierbij aan het interviewen van omstanders, vooraf en achteraf thematische
video's maken over het politieke onderwerp of het politieke werk zelf
documenteren. Het maken van deze online content kan vervolgens in samenwerking
worden gedaan met mensen uit de 'beweging'. Zo bouwen kaderleden nieuwe
netwerken op buiten de RSP bubbel en vinden deze nieuwe netwerken zichzelf terug
op onze sociale media. Om dit mogelijk te maken willen we kaderleden handvatten
bieden om zelf sociale media een structureel onderdeel te maken van hun
politieke activiteiten.
De sociale mediawerkgroep houdt overzicht op het materiaal dat gebruikt
wordt voor het opnemen van content. Zij zorgt voor een evenredige
verspreiding van microfoons/camera’s onder afdelingen en houdt het bestuur
op de hoogte van mogelijke tekorten aan materialen.
De sociale mediawerkgroep organiseert landelijke trainingen voor het maken
van online content. Denk hierbij bijvoorbeeld aan video editing, filmen,
het schrijven van scripts en het maken van graphic design. Zij zorgt
ervoor dat minstens 1 a 2 kaderleden per afdeling deze vaardigheden
hebben.
Afdelingen maken een social media item een structureel onderdeel van de
politieke activiteiten die zij organiseren.
De sociale mediawerkgroep zorgt voor video- of fotoverslaglegging van
belangrijke landelijke evenementen, in het bijzonder voor welke de partij
centraal mobiliseert.
Een ander belangrijk onderdeel voor het maken van online content is
standaardisatie. De sociale mediawerkgroep zal daarom stilistische regels
hanteren voor de online content en verder aan de slag gaan met een stijlboek.
Zulke regels kunnen in combinatie met de bestaande templates duidelijkheid
verschaffen. Zo wordt het makkelijker om voor kaderleden sociale media
structureel te gebruiken en straalt het een herkenbaar beeld uit dat gekoppeld
is aan de RSP.
De sociale mediawerkgroep werkt aan stilistische regels en komt met een
stijlboek voor de sociale media.
Paraat
In 2025 heeft Paraat vier nummers uitgebracht. Daarbij heeft de redactie van
Paraat hard gewerkt en hebben zij in kunnen gaan op de onderwerpen beweging,
imperialisme, onderwijs en revolutie. De redactie zet dit het komende jaar
voort.
Tegelijkertijd zijn er nog niet veel abonnementen en is de oplage nog laag. De
redactie merkt tevens op dat er nog niet goed gebruik gemaakt wordt van
verschillende media en er binnen de redactie bepaalde takenpakketten bij groepen
mensen ontvangen, waardoor gezamenlijk vergaderen niet meer altijd logisch is.
Ook merkt de redactie op dat er intern nog veel educatie nodig is. De schrijvers
hebben nog weinig handreikingen vanuit de redactie. Daarnaast merkt de redactie
dat er nog weinig verbinding is tussen het redactiewerk en het partijwerk. Dat
moet verbeterd worden. Een belangrijk onderdeel daarvan is een grotere focus op
vakbondsnieuws en onderwerpen die voor de partij belangrijk zijn, zoals
militarisering.
De doelen van de redactie zijn primaire het verbeteren en verbreden van de
uitingen van de redactie. Daarnaast stelt de redactie zichzelf het doel eind
2026 250 abonnees te hebben en een oplage van 500 te hebben. Bij deze oplage
zouden de kosten van het blad met 50 tot 70 procent dalen. Op dit moment zijn er
ongeveer 180 abonnees en gaat de oplage richting 250. Merk hierbij op dat er tot
nu toe nog geen beroep is gedaan op lokale verkoop van afdelingen. Daar hopen we
een groot gedeelte van de te verkopen oplage van te dekken.
De redactie splitst op zijn minst in een blad- en siteredactie onder
leiding van de hoofdredactie en kan waar nodig zich verder splitsen.
De siteredactie probeert relevante artikelen vanuit Licht & Luft, Horizon,
Cosmonaut, Prometheus, Weekly Worker, Partisan en andere gerelateerde
bladen of sites te vertalen. Hierbij moet het partijbestuur akkoord gaan.
De hoofdredactie verbindt het redactiewerk dit jaar sterker met de
prioriteiten van de partij, onder andere door te kijken of ze pamfletten-
of bulletins kunnen verzorgen en meer te focussen op onderwerpen waar de
partij haar prioriteiten legt, zoals vakbondsnieuws en militarisering.
De hoofdredactie houdt overzicht over de redactie en behandelt inzendingen
die ze waar nodig doorzet naar de blad- of siteredactie.
De hoofdredactie gaat aan de slag met het ontwikkelen van merchandise
rondom Paraat.
De hoofdredactie gaat aan de slag met het ontwikkelen van handleidingen
voor schrijvers en oriënteert zich op mogelijke scholingen.
De siteredactie gaat aan de slag met het verslagen over gebeurtenissen en
het duiden van nieuws
De hoofdredactie onderzoekt de mogelijkheid van een podcast.
De bladredactie gaat door met het viermaal per jaar publiceren van Paraat.
De bladredactie ontwikkelt materiaal voor abonnees op Paraat, zoals
pamfletten, stickers of posters. Deze worden meegestuurd met de
verzending.
De afdelingen gaan het tijdschrift van Paraat meenemen naar evenementen om
mensen er bekend mee te maken. Waar mogelijk en wenselijk verkopen zij
deze ook. , Mocht de redactie pamfletten of bulletins ontwikkelen,
verspreiden de afdelingen deze waar mogelijk.
De afdelingen proberen geregeld artikelen of verslagen te schrijven over
acties of bewegingen in hun buurt, waarbij ze Paraat gebruiken om
ervaringen met anderen uit te wisselen en contact te krijgen met
arbeiders.
Het afgelopen jaar heeft de RSP bijgedragen aan de NAVO-tegentop en heeft zij in
samenwerking met ROOD een protest rondom Samidoun georganiseerd. Ook heeft zij
in samenwerking met ROOD een evenement op 1 mei georganiseerd.
Begin dit jaar heeft RSP de eerste editie van het RSP-poëziefestival
geörganiseerd. Dit was grotendeels op intiatief van een (relatief klein) aantal
leden. Aan de ene kant was dit een succes: er waren ongeveer honderd kaartjes
verkocht en een aantal relatief grote namen spraken op het festival. Aan de
andere kant kan zo een festival, zeker wanneer het een van de weinige
evenementen van de partij is, ons een intellectueel imago opleveren.
Het partijbestuur draagt zorg voor evenementen op 8 maart en 1 mei en
organiseert deze zo veel mogelijk samen met het ROOD-bestuur. Netwerk
FemSoc is tevens betrokken bij een te organiseren evenement op 8 maart.
Netwerk vakbeweging is betrokken bij de viering van 1 mei. Ook
inventariseert het partijbestuur hoe de partij op Keti Koti bij zou kunnen
dragen aan feestelijkheden en verkent zij de mogelijkheden van een
communistische herdenking van de februaristaking samen met andere
communistische organisaties. De aanwezigheid van de RSP bij de Henk
Sneevlietherdenking is aan omliggende afdelingen zoals Afdeling Amsterdam
en Afdeling Utrecht.
Het partijbestuur moedigt de organisatoren van het RSP-poëziefestival aan
dit evenement het komende jaar opnieuw te organiseren. Tegelijkertijd
moedigt de partij andere leden aan om evenementen op te zetten met een
minder intellectueel karakter, zoals bijvoorbeeld muziekfestivals of
sporttoernooien.
Contributie
Nog altijd betaalt een significant deel van de leden minder contributie dan de
0,5% van het netto inkomen met een minimum van 15 euro per kwartaal of 9 euro
per kwartaal voor werklozen en studenten zoals vastgelegd in het Huishoudelijk
Reglement. Ook betaalt een deel van de leden helemaal geen contributie.
De afdelingen nemen contact op met al hun leden die minder contributie
betalen dan is vastgelegd in het Huishoudelijk Reglement artikel 2 lid 2.
Het partijbestuur schrijft, conform artikel 6, lid 7 sub c, van de
statuten, op 31 december 2026 alle leden uit die, in het tweede, derde en
vierde kwartaal van 2026 geen contributie hebben betaalden geen tijdelijke
vrijstelling hebben gekregen van hun afdelingsbestuur conform
Huishoudelijk Reglement artikel 2 lid 3.
Het partijbestuur schijft daarna op 31 maart, 30 juni, 30 september en 31
december alle leden uit die conform artikel 6, lid 7 sub c van de
statuten, een contributie-achterstand hebben van meer dan 2 kwartalen en
geen uitzondering hebben conform Huishoudelijk Reglement artikel 2 lid 3.
Het partijbestuur zet op 31 december 2026 van alle leden die te weinig
contributie betalen hun lidmaatschap om in donateurschap. Conform artikel
2 lid 2 en artikel 3 van het huishoudelijk reglement. Ook hierbij met
uitzondering van de leden die door hun afdelingsbestuur een tijdelijke
vrijstelling hebben gekregen.
Webshop
De RSP heeft in het verleden weinig merchandise gehad. Het weinige merchandise
dat zij had werd verspreid via de ROODshop. Met de ontwikkeling van de partij en
de mogelijkheid om de ROODshop te delen met ROOD en te rebranden tot een
gezamenlijke shop, stelt het congres de volgende taken op:
Het partijbestuur gaat aan de slag met het ontwikkelen van merchandise
voor de RSP, dat zij verspreidt via de gezamenlijke RSP/ROODshop.
Het partijbestuur gaat in gesprek met het ROOD-bestuur om de ROODshop om
te zetten in een gezamenlijke shop voor RSP en ROOD.
Intern organisatorisch
Solidariteitswerk is het belangrijkste politieke werk waarbij de RSP kan
bijdragen aan het versterken van de vakbeweging. Het gaat bij solidariteitswerk
om bij acties aanwezig te zijn, contacten te leggen en actievoerders (stakers)
een hart onder de riem te steken. Het grootste obstakel is de (on)bewuste
onduidelijkheid wanneer/waar en waarover acties worden gevoerd. Dit kunnen we
alleen doorbreken door het vertrouwen te winnen van vakbondsbestuurders en
kaderleden om ons tijdig te informeren.
Alle afdelingen hebben de mogelijkheid solidariteitswerk ontwikkelen. Voor
solidariteitswerk is het niet noodzakelijk dat kameraden persoonlijk in de
vakbond actief zijn. Voor kleine afdelingen zal het incidenteel zijn,
grote afdelingen gaan het structureel oppakken, bv door de vorming van een
lokale werkgroep van kameraden die het initiatief binnen de afdeling
oppakken.
Het netwerk vakbeweging ontwikkelt in 2026 een kerngroep van kameraden die
verantwoordelijk zijn voor het centraliseren van ervaringen en contacten
binnen de vakbeweging.
Het netwerk vakbeweging adviseert afdelingen over de mogelijkheden voor
het ontwikkelen van solidariteitswerk
Het netwerk vakbeweging adviseert het partijbestuur met betrekking tot
verklaringen over ontwikkelingen in de vakbeweging
Het netwerk vakbeweging inventariseert in 2026 onder de leden van RSP
welke leden werken en wie (actief) lid is van de vakbond. Op grond van
deze inventarisatie wordt het gesprek aangegaan of en hoe kameraden bij
kunnen dragen aan de ontwikkeling van het vakbondswerk van de partij.
Intern theorievorming en scholing
Het netwerk vakbeweging ontwikkelt in 2026 ideeën met betrekking tot het
verbeteren van de kaderorganisatie van de vakbeweging. Binnen de FNV komt
de nadruk meer op sectoren te liggen. De meeste sectoren zijn echter
kunstmatige samenvoegingen van subsectoren waar heel andere vraagstukken
met betrekking tot vakbondsstrijd en kadervorming kunnen spelen.
(Voorbeeld: Zowel bankbedienden als schoonmakers zitten in de sector
Diensten)
Het netwerk vakbeweging adviseert het partijbestuur ook over zowel
praktische als theoretische scholing van de partij over de verhouding
partij-vakbeweging.
Extern
Met de conflicten binnen de FNV zijn er in 2025 verschillende losse netwerken
ontstaan binnen de FNV. Rond de strijd om vakbondsdemocratie, rond de
organisatie van solidariteitswerk (met name met betrekking tot solidariteit met
Poolse uitzendkrachten) en in solidariteit met Palestina. Deze netwerken
overlappen elkaar deels.
Het netwerk vakbeweging neemt het initiatief om deze FNV-netwerken te
consolideren en gaan de discussie aan met betrekking tot de noodzaak van
een democratische structuur van deze netwerken.
De bovenstaande tekst is lang, maar bevat slechts een fractie van de taken die
leden van de RSP de komende jaren gaan uitvoeren. Met de groei van onze partij
zullen namelijk steeds meer taken op ons pad belanden en zullen we steeds meer
moeten bewerkstelligen. De tegenstand van de burgerij zal ook toenemen, waardoor
de druk op klassenbewuste arbeiders verder opgevoerd zal worden.
Dit alles vergt dat we de taken in dit document als gezamenlijke taken zien,
aangenomen door het hoogste orgaan van onze partij. Alhoewel de taken
toegeschreven zijn aan verschillende organen, is het daarom een taak van alle
leden om waar mogelijk bij te dragen aan de uitvoering ervan. Ga bij jezelf te
rade: wat kan ik doen en hoe kan ik bijdragen? Vind wat jou motiveert en waar
jij goed in bent en zet je in. Vergeet daarbij echter niet te leren. Want
terwijl ons takenpakket steeds groter zal worden, is er één ding dat nog tien
keer groter zal worden dan dat: de optelsom van alle lessen die we daarbij
leren.
Immer voorwaarts!
Met dit amendement willen we focus aanbrengen in de doelen die we als partij stellen voor Paraat. Zo schrapt dit amendement het punt over de merchandise, de podcast, de extra redacties en de twee-jaarlijkse bijzondere publicaties. Wij zien deze punten niet als dé taken waar de partij volgend jaar aan moet hebben voldaan.
Wat ons betreft liggen de kerntaken op het behoud van wat inmiddels is opgebouwd en het uitbreiden van het lezers- en abonnementen-aantal.
Commentaren