| Raadpleging: | RSP Vijfde Congres |
|---|---|
| Indiener: | Partijbestuur (Het bestuur) |
| Status: | Ingediend |
| Ingediend: | 01-03-2026, 15:00 |
P1: Perspectieven van de revolutionair socialistische partij voor 2026
Voorsteltekst
Inhoudsopgave
Inhoudsopgave 2
Inleiding 3
Internationale analyse 3
Nederland 10
De beweging 13
Inleiding
De afgelopen jaren heeft de mondiale arbeidersklasse te maken gekregen met
steeds heviger wordende crisissen. De effecten van de crisis in 2008 zijn
verergerd door de coronacrisis, waarbij de staten in het mondiale noorden de
staatsschuld op lieten lopen en investeerden in gigantische projecten om een
nieuwe economische crisis af te wenden. Tegelijkertijd zagen we de opkomst van
grote internationale spanningen op economisch gebied. In 2018 werd al gesproken
van een handelsoorlog tussen China en de VS, een situatie die enkel verergerd
is. Ook op militair gebied is de situatie verslechterd. Want alhoewel de oorlog
in Oekraïne bijna ten einde lijkt, gaat de genocide in Palestina door en
bereiden de westerse landen zich voor op een grotere confrontatie.
Dit alles behoeft grondige analyse. Daartoe dient deze perspectieventekst.
Alhoewel deze perspectieventekst niet alles uiteen kan zetten, probeert het
genoeg analyse te bieden om onze standpunten te duiden. Het is daarbij
belangrijk dat de partij dit document als een gezamenlijke tekst ziet, waarbij
partijleden hun expertise inzetten om zaken te verduidelijken of te corrigeren.
Dit betreft enkel de zaken ‘buiten de partij’. De interne aangelegenheden worden
beschreven in het jaarverslag of de jaartaken.
Uit de analyses die worden gedaan in deze perspectieventekst volgen
logischerwijs conclusies over prominente thema’s waar de partij mee aan de slag
gaat en taken die de partij zal prioriteren. Hierbij gaat het vooral om werking
in de vakbond en antimilitarisme als thema. Hoe de partij dit invult wordt
uitgediept in de jaartaken..
Internationale analyse
De kapitalistische wereldorde is meer verdeeld dan ooit, zowel in rijkdom als in
de verdeling van arbeid en wereldhandel.
Sinds de jaren 80 vindt er een groeiend proces plaats om zo veel mogelijk arbeid
te exporteren vanuit het Imperiale Centrum naar de Periferie in het mondiale
zuiden, door nieuwe mogelijkheden in productie en transport. De uitvinding van
gestandaardiseerde scheepscontainers, computertechnologie en informatica maakt
het mogelijk om productie wereldwijd aan te sturen. Hierdoor werd het mogelijk
voor westerse monopolies om arbeid te globaliseren en door te breken op nieuwe
goedkope arbeidsmarkten zoals in China, India, Latijns Amerika, enzovoorts. Ook
wordt het mogelijk om dergelijke productie op te delen tussen locaties, wat
moderne productieketens heeft gecreëerd. China is uitgegroeid tot een
economische grootmacht. Dit gebeurde mede door het industriebeleid van de
Communistische Partij van China, een enorme boerenbevolking die kon worden
geproletariseerd en door de bereidheid van westerse bedrijven om te investeren
in productiefaciliteiten, kennisoverdracht en toeleveringsketens.
Waar vroeger auto’s aan de lopende band werden geproduceerd in enkele fabrieken
volgens het Ford model wordt er nu een ‘just in time’ productiemodel toegepast
waarin onderdelen in verschillende fabrieken in verschillende landen, net op
tijd om te verzenden naar de volgende fabriek. Zo kunnen bedrijven fabrieken
hebben in wel 20 verschillende landen, en zelfs montage kan verspreid over
meerdere landen gebeuren.
Dergelijke productieketens domineren de wereldmarkt. Dit heeft reusachtige
economische groei veroorzaakt sinds de jaren 1980. Daarbij is het Mondiale
Zuiden snel geïndustrialiseerd, maar onder compleet andere omstandigheden dan
die van het Mondiale Noorden. In het Mondiale Zuiden zijn er geen industriële
monopolies. In plaats daarvan zijn verschillende bedrijven in competitie om
productie te leveren aan buitenlandse monopolies, welke daarmee een enorm deel
van de winst kunnen oogsten. De onevenredige verdeling van welvaart tussen het
Mondiale Noorden en Zuiden wordt daardoor in stand gehouden of zelfs vergroot.
De arbeidersklasse van het Mondiale Zuiden wordt daar het hardst door geraakt.
Naast ongeschoolde productiearbeid vindt ook het overgrote deel van alle
hooggeschoolde arbeid, van ingenieurswerk tot het raffineren van grondstoffen,
vandaag de dag plaats in het Mondiale Zuiden. De oneven internationale verdeling
van arbeid is nog nooit sterker geweest. Het is erg moeilijk voor deze arbeiders
om loonsverhogingen te winnen. Er zijn miljoenen mensen wanhopig voor een baan,
waardoor bijna elke arbeider makkelijk te vervangen is. Wanneer arbeiders zich
organiseren worden ze hardhandig onderdrukt. Levensomstandigheden zijn hierdoor
vaak vergelijkbaar met die van arbeiders in West-Europa in de 19de eeuw.
Deze productieketens zijn de grondslag van kapitalisme in de 21ste eeuw. De
arbeid die over blijft voor werkers in het Mondiale Noorden wordt steeds meer
gedegradeerd naar de lokale dienstensector, met name distributie en verkoop van
producten. Daarnaast zijn de grootste arbeidssectoren voor hoogopgeleide
arbeiders tegenwoordig de financiële sector en ingenieurswerk in
gespecialiseerde sectoren zoals informatica, fossiele brandstof en de militaire
sector. Ook de bouw blijft een belangrijke sector.
Deze bovenstaande internationale productieketens zijn zeer kwetsbaar. Enerzijds
is het mogelijk voor monopolies in het Noorden om relatief vrij locaties te
kiezen of te veranderen wanneer het hen schikt, anderzijds zijn globale crises
lastig te vermijden. Dit werd erg duidelijk tijdens de COVID-19 pandemie.
Productieketens werden opgebroken en er kwamen snel gebreken aan goederen en
levensmiddelen door lockdowns en gesloten productielocaties. Dit veroorzaakte
inflatie en lege schappen in winkels met alle gevolgen van dien.
De coronacrisis veroorzaakte ook in sneltreinvaart de digitalisering van de
economie. De noodzaak van werken vanuit huis heeft een impuls gegeven aan de
ontwikkeling van digitale platforms die dat op verschillende manieren
faciliteren. Naast vergaderingsplatforms zoals Zoom gaat dit ook om platforms
waar mensen worden ingehuurd onder flexcontracten en als zogenaamde ‘ZZP’er’.
Hiermee worden arbeidsrechten verder omzeild en geërodeerd.
Digitalisering speelt over het algemeen een steeds grotere rol in de economie.
Een handjevol techbedrijven vallen nu onder de meest waardevolle bedrijven ter
wereld en hebben in bijna elke sector een vinger in de pap. Overheden en andere
bedrijven worden steeds afhankelijker van de digitale infrastructuur die in
handen is van deze bedrijven. Daaronder vallen ook AI en de technologie die
nodig is voor automatisering. Automatisering en AI bieden kansen voor de
arbeidersklasse: het kan betekenen dat we minder hoeven te werken en daar
hetzelfde voor terugkrijgen, omdat machines steeds meer van ons overnemen. Onder
het kapitalisme betekent automatisering echter dat productie wordt opgeschaald
en arbeiders op andere plekken worden ingezet. Waar bestaand werk wordt
overgenomen door machines komen er vaak nieuwe, precairdere banen vrij. Het
resultaat is niet alleen een groei in welvaartsongelijkheid, het gaat ook ten
koste van het klimaat.
Voor digitalisering, automatisering, en de ontwikkeling van AI zijn zeldzame
aardmetalen nodig waarmee bijvoorbeeld chips en batterijen geproduceerd worden.
Deze grondstoffen zijn ook noodzakelijk voor de verduurzaming die ons moet
redden van de klimaatcrisis. De manier waarop aardmetalen nu worden gewonnen
draagt echter bij aan de vernietiging van de natuur. Daar komt bovenop dat deze
grondstoffen grotendeels in het mondiale zuiden worden gewonnen. Dit gebeurt
onder levensgevaarlijke omstandigheden en vaak met behulp van kinderarbeid of
zelfs slavernij. De financiële productiekosten van techbedrijven en
verduurzaming worden zo laag gehouden, maar dit gaat ten koste van mensenlevens
in landen zoals de Democratische Republiek Congo. Verduurzaming en het tegengaan
van de klimaatcrisis is belangrijk - juist ook voor de arbeidersklasse - maar op
dit moment gebeurt dit over de rug van het Mondiale Zuiden.
Zeldzame aardmetalen en de ontwikkelingen van digitalisering en verduurzaming
zijn ook belangrijke economische strijdterreinen voor de imperialistische
machten van vandaag. China is in de laatste decennia opgekomen als sterke
tegenhanger van de VS. De twee landen staan beide aan het hoofd van eigen
imperialistische blokken die strijden om economische macht en invloedssferen
voor kapitaalexport. De laatste jaren is deze strijd geïntensiveerd met onder
andere hoge handelstarieven. Het beleid van China is echter minder gewelddadig
of overheersend dan het Amerikaanse. Het Chinese imperialisme uit zich op het
moment meer via economische en politieke wegen, mogelijk omdat zij nog niet de
macht heeft om directe militaire confrontatie te winnen.
Terugkeer fascisme en reactionaire ideologie
Op politiek gebied zien we in de hele Westerse wereld een opkomst van
extreemrechts. In bijvoorbeeld Duitsland groeit de AfD hard en slaan ze een
steeds radicalere toon aan en in Engeland worden er massale racistische
demonstraties georganiseerd. In de VS heeft de MAGA-beweging zich onder leiding
van Trump ontwikkeld tot een fascistische beweging: er wordt buiten de
rechtsstaat getreden om de arbeidersbeweging te onderdrukken en ICE-agenten gaan
als een Gestapo het land door om niet-witte Amerikanen te mishandelen, op te
pakken en uit te zetten.
De oorzaak van de groei van extreemrechts is tweeledig: aan de ene kant
verergeren de tegenstellingen van het kapitalisme zich en verlangt de
arbeidersklasse naar een wereld voorbij het kapitalisme. Aan de andere kant is
er sinds de ineenstorting van de Sovjet-Unie en de algemene verrechtsing van de
communistische partijen geen sterke arbeidersbeweging meer die dit alternatief
tot een serieuze optie kan maken. De ideologie die extreemrechts daarbij
poneert, speelt ook in op de steeds heviger wordende tegenstellingen. Daarbij is
zij echter reactionair, in plaats van progressief.
Deze groei van extreemrechts gaat hand in hand met een totaal gebrek van
vertrouwen in de gevestigde politiek onder een groot deel van de bevolking. Dit
gebrek aan vertrouwen is een resultaat van de neoliberale afbraak van sociale
voorzieningen, arbeidsrechten, en de arbeidersbeweging. Daarnaast is het
overgeslagen naar instanties zoals de VN en de ICJ, wiens morele bankroet en
totale machteloosheid bloot is gelegd door de confrontatie met de genocide in
Gaza. Dit versterkt onze positie tegenover internationale instituten, en
betekent dat we steeds duidelijker en heviger ons af kunnen zetten tegen de
gevestigde politiek.
De groei van extreemrechts is een dreiging voor minderheidsgroepen en voor onze
beweging. Hoe verder deze ontwikkeling zich doorzet, hoe meer onze beweging
onder druk komt te staan. Dit zien we al terug in de normalisatie van anti-
demonstratierethoriek in Nederland en Europa, met name sinds de genocide in
Gaza. Dit zorgt ervoor dat er steeds meer steun is voor bestaande anti-
immigratiediensten zoals Frontex, maar ook dat de steun voor zogenaamde
‘remigratie’ groeit.
Het gebrek aan vertrouwen in de politiek biedt echter ook een kans: wij bieden
een radicaal alternatief op de gevestigde politiek en hebben daadwerkelijk
oplossingen voor de problemen van de arbeidersklasse. Dit geldt ook tegenover de
VN: deze instelling kan en wil niets doen voor de arbeidersklasse; het is tijd
om de macht zelf in handen te nemen. Een belangrijke taak voor onze partij zal
dus zijn om uit te zoeken hoe we deze kans goed kunnen benutten.
De groei van extreemrechts gedachtegoed is ook nauw verbonden met sociale media.
Het internet is in principe een mooi middel dat communicatie vergemakkelijkt en
voor betere verbinding op nationaal en internationaal niveau kan zorgen. Sociale
media verdraaien dit ideaal echter. Platformen zoals Instagram, YouTube, en
TikTok zijn compleet in handen van grootkapitaal en zo ontworpen om mensen
verslaafd te maken. In plaats van oprechte verbinding creëren ze ‘engagement’
door controversiële content aan te bevelen zodat mensen langer doelloos op het
platform blijven scrollen. Dit is weliswaar bruikbaar voor ons omdat het
platforms biedt waarop ook onze propaganda makkelijk te verspreiden is. Toch
blijven we er ondergeschikt aan de grillen van de kapitalisten - die ons met
gemak kunnen censureren - en profiteren extreemrechtse kanalen hier op de lange
termijn meer van dan wij. Dit is omdat extreemrechts gedachtegoed geen
bedreiging vormt voor kapitaal en haar macht soms zelfs versterkt met extreem-
patriarchale en racistische propaganda. We zien dit terug in de ‘manosphere’ die
extreem seksistisch gedachtegoed verspreidt en de vele nationalistische,
racistische accounts met grote aantallen volgers.
Sociale media vormen een enorme ideologische arena waarin bijna elk mens
tegenwoordig actief is. Om die reden kunnen we het niet negeren en zullen we er
gretig gebruik van moeten maken. Toch moeten we ons realiseren dat we er altijd
2-0 achter zullen staan en onze groei er snel afgenomen kan worden.
Ecologie en klimaatverandering
De afgelopen jaren zien we dat de doelstellingen van de liberale overheden om
klimaatverandering tegen te gaan, steeds verder uit het zicht verdwijnen. De 1,5
tot 2 graden maximale opwarming die in het akkoord van Parijs in 2015 is
afgesproken, is in stilte losgelaten. Als alle huidige plannen worden
uitgevoerd, leidt dit tot een opwarming van 2,8 graden aan het eind van deze
eeuw.
Er is dus meer nodig, maar bij elke tegenslag kiezen de burgerlijke politici
voor de kant van het kapitaal. Toonaangevend hierbij zijn de plannen van de
nieuwe Europese Commissie Von der Leyen II, die de Green Deal van
Eurocommissarissen Frans Timmermans en Wopke Hoekstra los laten ten behoeve van
de industrie. Ook grote fossiele bedrijven als Shell en BP hebben hun
duurzaamheidsdoelstellingen laten varen.
Dit falen is ook concreet zichtbaar in Nederland. De Nederlandse industrie, goed
voor ongeveer 40% van onze totale energieconsumptie, staat voor een enorme
transitie-opgave. Het huidige nationale energieplan schiet hierin enorm tekort.
Zonder massale, democratisch gecontroleerde investeringen in onder meer wind- en
kernenergie, dreigt ofwel import van dure energie, ofwel het wegvallen van hele
industriële sectoren en honderdduizenden banen. Het kapitaal biedt ook hier geen
oplossing.
Het is essentieel dat wij bij onze positie op klimaatverandering niet enkel
denken aan de gevolgen voor het westen. Westerse bedrijven moeten vergroenen en
wij moeten inzetten op zowel het stoppen van klimaatverandering als op het
voorbereiden op de gevolgen. Tegelijkertijd moeten wij de mondiale situatie niet
uit het oog verliezen. De grootste effecten van klimaatverandering zullen
namelijk op de schouders van werkers in het mondiale zuiden vallen. De
verduurzaming van het westen mag niet ten nadele zijn van het mondiale zuiden.
De klimaattoppen blijken daarbij geen soelaas te bieden. Ze worden gedomineerd
door de individuele belangen van landen en het mondiale noorden wil weinig
inbinden. Zelfs wanneer er afspraken worden gemaakt, blijkt jaar na jaar dat
landen deze niet nakomen. De logica van het kapitalisme dwingt hen nog steeds
tot het verwoesten van de natuur. De oplossing is enkel te vinden in de mondiale
strijd voor het socialisme, waarbij het kapitaal niet langer regeert, maar de
belangen van de werkende mensen. Dat kan enkel behaald worden door strijd van de
arbeidersklasse en de inrichting van de economie naar een gezamenlijk plan. Daar
moeten wij voor pleiten: voor het socialisme als oplossing van de klimaatcrisis.
Toenemende internationale spanningen
De afgelopen jaren zijn de internationale spanningen sterk opgelopen. In de
decennia na de val van de Sovjet-Unie heeft de NAVO zich sterk uitgebreid en
Westers kapitaal heeft stukje bij beetje de invloedssfeer van Russisch kapitaal
afgenomen. Met de inlijving van de Krim in 2014 en de inval in Oekraïne in 2022
heeft Rusland geprobeerd haar toegang tot Oekraïense grondstoffen en de haven
van Sevastopol veilig te stellen, terwijl het westen Rusland deze toegang
probeert te ontnemen en haar eigen toegang tot de door het Westen
geliberaliseerde Oekraïense markt wil garanderen. Het westen deed dit zogenaamd
voor ‘democratie’ en het Oekraïense recht op zelfbeschikking, maar dit soort
waarden waren ver te zoeken wanneer het ging om Irak en Afghanistan of om Trumps
dreigingen tegenover Groenland. Ruslands plundertocht heeft honderden duizenden
levens in Oekraïne gekost, en het Westen heeft daaraan bijgedragen door Oekraïne
te dwingen de oorlog door te zetten.
De oorlog in Oekraïne vindt plaats in de context van een conflict tussen de
Amerikaanse en West-Europese imperialisten enerzijds en Rusland, maar vooral het
opkomende imperialisme in China anderzijds. Het Chinese imperialisme maakt
gebruik van de Russische handel in wapens en energie. Sinds de oorlog in
Oekraïne is de oproep voor militarisering een stuk luider geworden. Zo heeft
NAVO-baas Rutte geroepen dat we binnen vijf jaar klaar moeten zijn voor een
grote oorlog en gaan Europese landen massaal investeren in de Amerikaanse
wapenindustrie. Projecten zoals ‘ReArm Europe’ moeten de ‘defensieve
capaciteiten’ van Europa vergroten en er wordt gesproken over de herinvoering
van de dienstplicht. Een nieuwe wapenwedloop is van start, en alles duidt erop
dat het Westen zich klaarmaakt voor een grote confrontatie met China en haar
bondgenoten.
In tegenstelling tot voorheen lijkt Europa zich niet direct naar de Amerikaanse
belangen te voegen. Alhoewel de belangen van het Amerikaanse en Europese
kapitaal nog steeds veelal overeenkomen, lijken er scheuren binnen het Westerse
kapitaalblok te ontstaan.
In dat kader neemt ook agressie van de Verenigde Staten wereldwijd toe. Het
Amerikaanse imperium staat onder druk en wordt met bruut geweld verdedigd. Het
is geen toeval dat Venezuela - de grootste bron van olie voor de VS tijdens de
Tweede Wereldoorlog - juist nu slachtoffer is van een imperialistische
interventie. Via Venezuela zet de VS ook druk op Cuba, een van de laatste
socialistische staten ter wereld. Het is belangrijk om waar mogelijk
solidariteit met hen te tonen.
Verder probeert Trump door middel van handelsoorlogen haar strategische positie
te verbeteren. Chips en de bedrijven die ze produceren spelen hier een bijzonder
belangrijke rol in, aangezien deze noodzakelijk zijn voor moderne oorlogvoering
en maar enkele bedrijven deze capaciteit hebben.
Naast Venezuela lopen de spanningen ook op andere plekken op rondom
grondstoffen. De VS staat ondertussen bekend om haar agressieve invallen in
olierijke landen. De wereldwijde imperialistische inmenging van andere landen is
echter onderbelicht. Zowel China als Westerse landen proberen bijvoorbeeld
toegang tot grondstoffen in Afrika in handen te krijgen.
Binnen het wankele wereldsysteem grijpen enkele sub-imperiale machten hun kansen
om te groeien in macht en invloed. Hierbij gaat het in het bijzonder om de
Verenigde Arabische Emiraten, Saudi-Arabië, Turkije en Ethiopië. Deze landen
hebben aanzienlijke economische groei doorgemaakt in de 21ste eeuw en hebben een
dusdanige kapitaalmassa bereikt om hun eigen pad in te slaan en zelf
grootschalige investeringen te maken om hun eigen monopolies tot stand te
brengen.
Al deze landen hebben de laatste jaren hun macht sterk uitgebreid. Turkije
oefent directe invloed uit in Syrië sinds de machtsovername van HTS en breidt
haar invloed uit in de Hoorn van Afrika. Dat gebied, met name Soedan en Somalië,
is een belangrijke bron van grondstoffen voor de golfstaten. Tegelijkertijd
oefent ook Ethiopië hier invloed uit. Dat land bouwt nu een grote dam op de
Nijl, waarmee de belangrijkste waterbron voor Zuid-Soedan, Soedan en Egypte
onder druk staat. De spanningen in het Rode Zeegebied lopen dus snel op en er is
een serieuze dreiging voor een bredere oorlog.
Ten slotte is er de koloniale bezetting van Palestina door Israël. Israël heeft
met Westerse steun een genocide in Gaza gepleegt. Ook wordt de etnische
zuivering op de Westerse Jordaanoever voortgezet. Ondanks wereldwijd protest
blijft het Westen Israël steunen. Hiermee wordt blootgelegd dat de Westerse
waarden van democratie en mensenrechten niets betekenen en enkel op hypocriete
wijze ingezet worden. De koloniale etnostaat Israël krijgt volledige steun uit
een combinatie van schuldgevoel voor de Tweede Wereldoorlog en de behoefte aan
een imperialistische uitvalsbasis in het Midden-Oosten.
Veel bewegingen proberen zich tijdens deze periode af te scheiden van het Westen
en worden daarvoor door het Westen aangevallen. Denk bijvoorbeeld aan Venezuela
of Burkina Faso. Hierbij is de RSP altijd primair tegen het ‘eigen’
imperialisme. Dat geldt voor het hele Westen, maar in het bijzonder voor
Nederland. Onze focus ligt dan ook op het bekritiseren van de rol van onze
‘eigen’ burgerlijke klasse. Hierbij bewaren we echter wel het recht op kritiek
op het land dat zich vrij probeert te vechten, zeker wanneer het land in een
invloedssfeer van een andere imperialistische mogendheid dreigt te vallen. De
kritiek op het ‘eigen’ imperialisme blijft echter centraal staan. Dit is wat
kritische steun voor de RSP inhoudt: om iets te steunen, ondanks dat we kritiek
kunnen hebben op bepaalde aspecten ervan.
Nederland
De Nederlandse politiek heeft in de laatste 30 jaar een constante verschuiving
naar rechts doorgemaakt, waardoor een aantal gevolgen van neoliberaal beleid nu
tegelijk tot een crisispunt komen. Dit leidt tot een permanent gevoel van
instabiliteit. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om de wooncrisis, maar ook om
bezuinigingen op sociale voorzieningen om de oorlogsmachine te bekostigen, een
toename van de staatsschuld, toename van belastingen op arbeid en een afname van
belastingen op kapitaal. Deze crisissen leiden tot een toename aan precariteit
van de werkende klasse. Het is dan ook geen verrassing dat ook in Nederland het
vertrouwen in de politiek in rap tempo is gedaald. Bijdragend aan het gevoel van
instabiliteit is ook het steeds verder onder druk staande demonstratierecht in
Nederland, waarbij geweld door de politie steeds vaker de norm wordt. Er bestaat
toenemende repressie tegen groepen en individuen die zich uitspreken op een
manier die niet past binnen het kader van de hegemoniale politiek.
Militarisering
De militarisering van Nederland wordt in volle gang gezet. Ons belastinggeld
gaat direct naar de Amerikaanse wapenindustrie en er wordt ruimhartig gesproken
over de heractivering van de dienstplicht. Geen enkele partij durft een
standpunt tegen de NAVO in te nemen en vrijwel alle partijen gaan mee in de
afbraak van sociale voorzieningen om te voldoen aan de 5% NAVO-norm. De rest van
links heeft hier vrede mee gesloten. Hoogstens wordt gevonden dat financiering
Europees moet zijn (PvdA/GL/PvdD), niet ten koste mag gaan van sociale
voorzieningen (PvdD), of dat wapenbedrijven in staatshanden moeten zijn (SP). De
kans dat zij daadwerkelijk verzet tegen militarisering en de NAVO zullen
organiseren is minimaal.
De RSP moet militarisering hard bestrijden, onder andere door te organiseren
tegen de herinvoering van de dienstplicht en tegen de aanstaande
bezuinigingsrondes.
Daarnaast speelt Nederland en specifiek Rotterdam een belangrijke rol als
doorvoerhaven voor Amerikaanse wapens en militairen die richting Oost-Europa
gaan. Ook op andere plekken is Nederlandse betrokkenheid bij Westers
imperialisme duidelijk zichtbaar. Zo zijn Nederlandse bedrijven samen de
grootste investeerders in de Israëlische bezetting van Palestina.
Deze oorlogen zijn de uitkomst van de kapitalistische rooftocht en komen de
arbeidersklasse op geen enkele manier ten goede. Verzet tegen
(inter)imperialistische oorlog is een van de kernpunten van revolutionair
socialisme en zal een van onze belangrijkste taken zijn nu dit weer orde van de
dag wordt.
Klimaat in Nederland
Het staat er slecht voor met de Nederlandse natuur. In de laatste 30 jaar is de
insectenpopulatie met meer dan 76% afgenomen en ook de waterkwaliteit staat
onder druk. Een belangrijke oorzaak voor deze problemen is de intensieve
landbouw en de bijbehorende stikstofuitstoot. De Nederlandse politiek worstelt
hier al jaren mee: rechtse regeringen zijn terughoudend in het opleggen van
regels op boerenbedrijven en de kleinburgerlijke boeren schuwen op hun beurt
geen geweld om hun positie te beschermen.
De sloop van het milieu is onlosmakelijk verbonden met de klimaatcrisis. Ook
hierin handelt de Nederlandse regering zwak: opgestelde plannen worden afgezwakt
en afgeschaft en beleid wordt teruggedraaid. Het is vrijwel zeker dat de
klimaatdoelen voor 2030 niet worden gehaald. Het gevolg hiervan zien we nu al in
Nederland: er valt amper sneeuw; onze grondwatervoorraad staat onder druk door
droge zomers; en we zien ondanks projecten zoals ‘ruimte voor de rivier’ steeds
vaker overstromingen die grote delen van Nederland schaden. De klimaatcrisis
vormt een acute dreiging voor het voortbestaan van grote delen van Nederland en
voor de levens van een groot deel van de wereldbevolking. Om die redenen zullen
we dit onderwerp altijd in acht moeten nemen.
Leven en werk
De kosten van leven zijn sterk toegenomen in de afgelopen jaren. Tijdens de
coronacrisis zagen we een torenhoge inflatie, terwijl er amper loonstijging is
geweest. Boodschappen zijn vele malen duurder geworden, treinkaartjes kosten
bakken met geld, huren schieten omhoog en de meeste jongeren kunnen vergeten dat
ze ooit in staat zullen zijn een huis te kopen. De beloning die men terugkrijgt
voor geleverde arbeid is in korte tijd enorm afgenomen.
Hier wordt nog een schepje bovenop gedaan om de NAVO-norm te financieren. Er
zijn grote bezuinigingen aangekondigd op onder andere de zorg en het onderwijs.
Toegang tot hoger onderwijs wordt verder beperkt tot een aanbesteding voor de
elite en de al gebrekkige zorg wordt nog verder afgebroken. Wederom zijn
arbeiders hier het slachtoffer van, want met genoeg geld kopen de rijken toegang
tot goed onderwijs en goede zorg. De RSP zal zich moeten inzetten voor het
belang van de arbeidersklasse en duidelijk moeten maken dat onze rechten en
voorzieningen worden afgenomen ten behoeve van de kapitalisten.
Sociale en politieke ontwikkelingen
De afgelopen jaren is de politieke samenstelling van Nederland veranderd.
Belangrijk is hierbij de afbraak van vertrouwen in de politiek. Bijna zeventig
procent van de mensen heeft (heel) weinig vertrouwen in de politiek. Dit laat
een belangrijk tekort van de huidige partijen zien, die geen vertrouwen van de
werkende mensen kunnen winnen.
Tegelijkertijd is er geen sterke arbeiderspartij die de arbeidersklasse een pad
vooruit kan bieden. Met de stijgende spanningen en het weinige vertrouwen in de
politiek, gaan mensen op zoek naar zondebokken. In de eerste plaats zijn
migranten hier het slachtoffer van, maar reactionaire ideologie bevat ook grote
seksistische en homofobe elementen.
Ondanks de afwezigheid van een sterke arbeiderspartij voelen de liberale
partijen dat de tegenstellingen steeds groter worden. Daarom worden er
tegenwoordig allerlei censuurwetten opgetuigd en wordt het demonstratierecht
ingeperkt. Dit is een aanval op de rechten van de arbeidersklasse, waar de RSP
tegen ageert.
Dit alles gaat gepaard met ontwikkelingen op het vlak van sociale cohesie,
waarbij mensen steeds minder contact met elkaar hebben. Dit zorgt voor steeds
meer politieke bubbels. Een belangrijke oorzaak hiervan is sociale media.
Media zoals kranten en nieuws, die vroeger belangrijker waren, zorgden ervoor
dat mensen grotendeels dezelfde informatie tot zich namen. Tegenwoordig heeft
iedereen een ander algoritme en zijn de bronnen die mensen gebruiken veel
uiteenlopender. Dit betekent dat wij ons als partij ook minder moeten focussen
op traditionele media, en meer op online media, die meer mensen kunnen bereiken.
Wanneer de RSP fysieke media gebruikt, moet dit met grote mate van diepgang
zijn.
De arbeidersbeweging
Het programma van de RSP is ons voorstel aan de arbeidersklasse waarmee zij haar
historische taak kan volbrengen. Essentieel hierbij is de ontwikkeling van
arbeidersorganisaties, die de klasse weten te organiseren. Verschillende
organisaties hebben raakvlakken met punten uit ons (minimum)programma. Niet al
deze organisaties zijn expliciet arbeidersorganisaties, maar organiseren wel
delen van de arbeidersklasse.
Daar waar de arbeidersklasse zich organiseert moet de RSP aanwezig zijn, zodat
we niet buiten de georganiseerde arbeidersklasse staan maar hierin geworteld
zijn. Alleen waar we geworteld zijn kunnen we het gevecht aangaan deze
organisaties (om) te vormen tot democratische klassenonafhankelijke
arbeidersorganisaties die uiteindelijk niet alleen deeleisen op hun eigen
terrein omarmen maar ons gehele minimum- en maximumprogramma.
De vakbeweging
In de strijd voor haar democratische rechten, haar materiële eisen en in de
strijd voor socialisme heeft de arbeidersklasse juist nu sterke massa-
organisaties en vakbonden nodig. Door ingrijpen van de staat, de
ondernemingskamer, wordt de belangrijkste vakbond, de FNV, ondergeschikt gemaakt
aan de staat. Leden wordt het recht ontnomen om zelf, binnen haar eigen
structuren, zelfstandig haar leiding te kiezen.
De structuur die de FNV had, tot het ingrijpen door de ondernemingskamer, kwam
voort uit de crisis binnen de FNV ten aanzien van het AOW-akkoord van 2011,
waarbij een overgrote meerderheid van de leden in een referendum tegen dit
akkoord stemden (meerderheden bij
FNV Bondgenoten en ABVAKABO) en de federatieraad (één stem per bond) voor. Hier
kwam, na het akkoord van Dalfsen, de ongedeelde FNV uit voort. Deze
democratisering was losgekoppeld van de ontwikkeling van de kaderorganisatie in
de (sub)sectoren, die in het laatste decennium meer en meer irrelevant is
geworden. De 'FNV-bestuurscrisis' of beter de coup van het managementteam van de
werkorganisatie had niet kunnen gebeuren zonder de zwakte van de
kaderorganisatie.
De worteling van de RSP in de vakbeweging is nog zwak. Alleen als meer RSP leden
kaderlid worden op hun eigen bedrijf of binnen hun (sub)sector kunnen we sterker
geworteld raken binnen de vakbeweging. Democratisering van de vakbond en opbouw
van kaderwerk, in eerste instantie in de bedrijfsafdeling en de subsector, gaan
hand in hand. In bedrijfsafdelingen en subsectoren, omdat op deze niveaus de
meeste kaderleden actief zijn. Hierbij komt dat het gebrek aan democratie,
uitsluiting van kaderleden en intimidatie op deze niveaus het meest concreet
duidelijk worden en daarmee ook de strijd voor democratie.
Om isolatie van strijdbare kaderleden te voorkomen is het belangrijk dat de FNV
haar solidariteitswerk versterkt. Hierin kan de RSP een belangrijke rol
vervullen, ook door RSP-leden die niet direct kaderlid in bedrijfsafdeling of
subsector kunnen worden.
Bij de verkiezingen voor het ledenparlement zijn meer jonge strijdbare leden
(vanuit Vakbondsleden Solidair met Palestina) van dit gremium lid geworden. Hun
gebrek aan binding met de lagere niveaus heeft de vakbond echter niet
strijdbaarder gemaakt en de afbraak van democratie niet kunnen voorkomen. De
strategie van het verwerven van posities heeft daarmee aantoonbaar gefaald. De
RSP zal daarom deze strategie met betrekking tot de verkiezing van de
sectorraden in 2027 afwijzen. Binnen het netwerk FNV Democratisch zullen we
moeten duidelijk maken dat er geen quick fix is voor de democratie binnen de
FNV. Democratisering lukt alleen door worteling in de laagste niveaus van de
organisatie, wat versterkt kan worden door de ontwikkeling van
vakbondssolidariteit.
Feminisme
Feminisme als politieke beweging is voor het eerst in lange tijd aan het
opbloeien. Vorig jaar zagen we dat de Dolle Mina’s razendsnel groeiden en
feminisme tot een primair punt op de politieke agenda maakten. Ook zien we
steeds meer kleinere feministische groepen opkomen die zich uitsluitend met dit
thema bezig houden. Het opbouwen van de feministische beweging is op zichzelf
van groot maatschappelijk belang, waarbij de rol van de Dolle Mina’s belangrijk
is in het 'mainstream' maken van feministische thema’s.
De Dolle Mina’s zijn echter vooral horizontaal georganiseerd zonder een centrale
lijn en visie. De verschillende afdelingen lijken grotendeels onafhankelijk te
werken, met persoonlijke banden onderling als primair bindingsmiddel. Hierdoor
spelen er ook vele verschillende politieke visies op feminisme. De andere
kleinere groepen functioneren eveneens grotendeels onafhankelijk van elkaar,
hoewel ze wel vaak samen organiseren.
De RSP en ROOD zouden hierin een grotere rol kunnen spelen als centrale
organisatie en door het marxistisch feminisme te brengen naar de bredere
feministische beweging. Het ‘femsoc netwerk’ kan hierin een grotere rol spelen,
maar feminisme moet vooral gedragen worden op elk vlak binnen de partij.
Palestina
De Palestinabeweging was misschien wel de meest actieve en relevante beweging
van de laatste jaren. Het is een beweging die expliciet voor een
internationalistisch standpunt uitkomt en op een revolutionaire manier breekt
met imperialisme en kolonialisme.
Voor veel mensen heeft werking in de Palestinabeweging ertoe geleid dat zij
gewapend verzet meer durven te steunen. Dit is positief en biedt kansen voor de
RSP, gezien dit geluid weinig vertolkt wordt binnen de gevestigde politieke
partijen. De Palestinabeweging kan daarnaast bestudeerd worden om te ontdekken
hoe deze verandering heeft plaatsgevonden.
Tegelijkertijd zijn veel mensen van de Palestinabeweging vervreemd. Vooral de
studenten-encampmentgroepen hebben veel mensen afgestoten. De afgelopen jaren
heeft zij namelijk vaak zonder sterke basis té radicale acties uitgevoerd,
waarbij veel docenten of minder radicale demonstranten niet geradicaliseerd,
maar afgekeerd zijn. Daarom zijn de meeste encampmentgroepen erg klein, hebben
de leden sterke sociale banden met elkaar, en zijn ze vaak relatief clandestien.
Daarom is worteling in de encampments op dit moment lastig.
De ‘Stad4Palestina’-groepen zijn echter vaak minder geheimzinnig. Zij zijn
vooral bezig met protesten en het organiseren van gemeenschapsavonden. Binnen
deze groepen zijn vaak meer werkende mensen actief. Deze zijn daarom logischer
om in te wortelen.
De afgelopen jaren hebben we gemerkt dat pogingen om de beweging te
democratiseren niet vruchtbaar waren. Dit kwam vooral door onze insteek: we
zagen democratisering van een beweging grotendeels als een politiek proces,
waarbij we de sociale aspecten ervan te vaak onderschatten.
Onze primaire taak in de Palestinabeweging is op dit moment daarom banden leggen
met vooruitstrevende activisten ervan en hen een socialistische, anti-
imperialistische analyse bijbrengen. Het democratiseren van de bewegingen berust
grotendeels op het opleiden en tot socialist maken van steeds grotere aantallen
vooruitstrevende activisten. Het is het waard om ons als RSP te mengen in
Palestinagroepen, maar enkel wanneer de lokale afdeling de inschatting maakt dat
dit nuttig is.
Antimilitarisme
De antimilitaristische beweging in Nederland is relatief zwak vergeleken met
onze buurlanden. Toch zijn er de afgelopen 1,5 jaar stappen gezet. In de aanloop
naar de NAVO-top zijn niet alleen wijzelf bezig geweest, maar werd ook De Nieuwe
Vredesbeweging opgericht, ontstonden er antimilitaristische initiatieven binnen
de Partij voor de Dieren, PvdA-GL en de FNV, werd de SP weer iets kritischer op
de NAVO, en besteedden ‘alternatieve nieuwskanalen’ zoals Links in het Nieuws en
Left Laser veel aandacht aan het onderwerp. Het taboe op antimilitarisme werd
minder vergeleken met de situatie kort na de invasie van Oekraïne. Uit
opiniepeilingen blijkt bijvoorbeeld dat een significante minderheid zich verzet
tegen de nieuwe NAVO-norm, en er lijkt een groeiende groep te zijn die kritisch
staat tegenover de toenemende militarisering.
De Nieuwe Vredesbeweging
De Nieuwe Vredesbeweging (NVB) is momenteel een van de weinige organisaties
buiten de RSP die expliciet tegen de militarisering is. Hun doel is om algemeen
te mobiliseren tegen de toenemende defensiebudgetten en het militaristische
sentiment in de samenleving. Hun politieke insteek blijft rusten op het prediken
van pacifisme, waarbij ze het vooral hebben over diplomatieke oplossingen en de
'menselijke kosten' van oorlogsvoering. Hierbij schetsen ze wel kritiek op de
miljardenindustrie van de wapenhandel en hoe de kosten bij de werkende mensen
terechtkomen, maar liggen de oplossingen voor deze klassenstrijd bij het voeren
van dialoog en de-escalatie.
Het platform NVB is voornamelijk een samenkomst van verschillende groeperingen
zoals XR Justice Now, Stop Wapenhandel, maar ook The Hague Peace Project. Deze
overkoepelende structuur ziet zichzelf als de voortzetting van de oude
vredesbeweging en heeft dus ook één op één dezelfde politieke insteek
overgenomen. De basis van hun werkzaamheden ligt voornamelijk bij een kleine
kerngroep die bekend is in de NGO-wereld. Ze proberen sinds een paar jaar de
overkoepelende structuur om te zetten in lokale actiecomités. Deze vorm is
vergelijkbaar met andere NGO-projecten in het maatschappelijk middenveld van de
afgelopen jaren: de Klimaatmars, de Dolle Mina’s en meer. Op termijn verwachten
ze actiegroepen te kunnen uitbreiden in andere regio’s. Voor nu zijn ze actief
in Amersfoort, Den Haag, Friesland, IJssel, Leiden, Nijmegen en Utrecht.
FNV voor vrede
Dit initiatief ligt bij verschillende kaderleden van de FNV. Deze waren onder
andere al actief in de activistische en kritische kringen van de vakbond. Het
werd opgezet met het idee dat er intern zou geagiteerd worden tegen de
militarisering, met een wens om de vakbond antimilitaristische standpunten in te
laten nemen.
Op termijn zou deze groep een uiterst geschikte springplank zijn om het
antimilitaristische werk te koppelen aan de werkvloer. Deze groep zou aan de
gang kunnen gaan met politieke eisen zoals 'desinvesteringen in de wapenhandel
vanuit de pensioenfondsen' of een herstart maken van de bond van
dienstplichtigen. Voor nu is het duidelijk dat de richtingenstrijd die
plaatsvindt door de interne sloop van de vakbonds democratie alle aandacht
opeist. De kaderleden hebben één informatieavond op gang gezet met een aardige
aanwas, maar zijn nog niet instaat geweest om dit te vertalen in verdere opbouw.
Wonen
Huurdersbewegingen
De woonbeweging is groot en diffuus. Er zijn lokale huurdersverenigingen,
sommige activistisch, sommige allang blij dat ze af en toe op de koffie met hun
huisbaas mogen. Er zijn stedelijke samenwerkingsverbanden met deelnemers van
diverse pluimage: GLPvdA’ers, NCPN’ers, anarchisten, etc. Er zijn landelijke
koepelorganisaties waar zowel beroepsactivisten als echte huuractivisten
inzitten.
Omdat de RSP zich moet toeleggen op het mobiliseren en organiseren van huurders,
kunnen we ons oriënteren binnen deze wildgroei aan organisaties; naast lokale
huurdersverenigingen, waarop onze afdelingen het beste zicht hebben, blijven er
dan namelijk twee organisaties over: de Woonbond en de Bond Precaire Woonvormen
(BPW).
De Woonbond
De Woonbond heeft de reputatie van een zouteloze lobbyorganisatie, en dat is
niet geheel onverdiend. Toch is er binnen de Woonbond ook ruimte voor politiek.
Niet alleen heeft zij zich anderhalf jaar geleden uit protest teruggetrokken uit
het neoliberale onderonsje tussen woningcorporaties en overheid, de zogenaamde
Nationale Prestatieafspraken. Ook horen wij verhalen van verschillende
huurdersverenigingen die zich activistisch opstellen en zich daarbij goed
gesteund voelen door de Woonbond. Of, en zo ja in welke mate, interventie binnen
de Woonbond zin heeft, zal komend jaar uitgezocht moeten worden door leden die
daartoe initiatief willen nemen.
De Bond Precaire Woonvormen (BPW)
De BPW heeft de reputatie van actie naar actie te leven, en dat is niet geheel
onverdiend. Vaak komt de BPW niet verder dan het schrijven en overhandigen van
petities. Toch zijn er vlakken waar de RSP met de BPW kan samenwerken. De BPW
heeft kennis over precaire woonvormen die nuttig kan zijn voor afdelingen die
actievoeren rondom dit onderwerp. De BPW voegt in veel gevallen weinig toe aan
een actie, en blijkt dan ineffectief als het gaat om mensen activeren.
Amendementen
- AM3 (Jules Maximus, Ingediend)
- AM7 (Rosa Faucille (Afdeling Utrecht), Ingediend)
- AM8 (Rosa Faucille (Afdeling Utrecht), Ingediend)
- AM9 (Rosa Faucille (Afdeling Utrecht), Ingediend)
- AM10 (Rosa Faucille (Afdeling Utrecht), Ingediend)
- AM11 (Rosa Faucille (Afdeling Utrecht), Ingediend)
- AM12 (Rosa Faucille (Afdeling Utrecht), Ingediend)
- AM13 (Rosa Faucille (Afdeling Utrecht), Ingediend)
- AM14 (Rosa Faucille (Afdeling Utrecht), Ingediend)
- AM15 (Rosa Faucille (Afdeling Utrecht), Ingediend)
- AM16 (Rosa Faucille (Afdeling Utrecht), Ingediend)
- AM17 (Communistisch Platform (besloten op: 27-03-2026), Ingediend)
- AM19 (Gijs Marteau, Ingediend)
- AM20 (Gijs Marteau, Ingediend)
- AM21 (Gijs Marteau, Ingediend)
- AM22 (Gijs Marteau, Ingediend)

Commentaren